Biografie

regie fotoSybrand van der Werf (*1977) heeft een achtergrond in zowel muziek en theater als in de wetenschap. Sinds 2006 is hij in Nederland vrijwel uitsluitend als opera-regisseur werkzaam. In 2003 voltooide Van der Werf aan de Rijksuniversiteit te Groningen zijn studie Kunstmatige Intelligentie en in 2006 studeerde hij af als regisseur aan de Toneelacademie Maastricht. In 1999, nog tijdens zijn studie in Groningen, regisseerde hij zijn eerste opera: de Nederlandse première van Antonín Dvorák’s opera de Duivel en Katja. Direct na zijn studie regisseerde hij een kamerversie van de opera Blauwbaards Burcht van Belá Bartók en Losse Bandjes, een op improvisaties gebaseerde voorstelling over liefde en seksualiteit voor tieners, die door de jury van de Hustinxprijs als “een van de beste educatieve theaterprojecten van de afgelopen jaren” geroemd werd.

Van der Werf assisteerde direct na zijn studie opera-regisseurs David Prins (onder meer The Tempest van Henry Purcell), Carolyn Sittig (Cendrillon van Massenet) en Jetske Mijnssen (Il Barbiere di Siviglia van Rossini). Zijn debuut als opera-regisseur in 2009 bij Opera Zuid, Het Sprookje van Tsaar Saltán, werd in de pers als een “echt sprookje” omschreven. De Mozart-opera Le nozze di Figaro die hij in 2010 samen met Nynke van den Bergh bij Opera Zuid regisseerde, werd in de pers “overtuigend” en “verrassend” genoemd. Dit laatste werk regisseerde hij datzelfde jaar in een bewerking voor klein ensemble bij BarokOpera Amsterdam. In 2011 regisseerde Van der Werf Lakmé van Leo Delibes. Het jaar daarna gingen twee nieuwe producties in premiere: Queen Mary & Purcell in Dinard, Frankrijk (gebaseerd op het muziek die Henry Purcell schreef voor het koningspaar William and Mary) en Puccini Passionel (een nieuwe kameropera, gebaseerd op beroemde Puccini-aria’s) tijdens het Grachtenfestival. In 2013 maakt hij bij BarokOpera Amsterdam ook de voorstelling Dido & Aeneas – Liefde & Hel, deels de bekende Purcell-opera, deels nieuw gebaseerd op werk van Lully, Charpentier en Rameau. In 2014 speelde een versie van King Arthur in het Théâtre de l’Athenée te Parijs en zag de nieuwe pastiche Händel Revue, gebaseerd op opera’s van Händel, Lully en Pergolesi, het licht bij hetzelfde gezelschap. In 2015 keerde Van der Werf terug bij Opera Zuid, nu voor een succesvolle samenwerking met de EftelingLa Cenerentola (Assepoester) van Rossini. In 2016 was Van der Werf te gast bij De DUtch national Opera Academy in Amsterdam, waar hij Don Giovanni  regisseerde en bij de Opera van Mannheim, waar hij een bewerking van Händels Orlando maakte. Tevens vond er een grootschalig opnlucht-opera-project plaats onder de titel De Grensmaa vertelt in  zijn regie. Het jaar daarna regisseerde hij onder meer Puccini’s La Bohème bij Opera op het Hogeland en zal hij in oktober 2017 Werther bij Opera Zuid regisseren.

Ook binnen het jeugdtheater bleef Van der Werf actief, zij het telkens met een muzikale inslag. Zo regisseerde hij bij jeugdoperagezelschap Xynix (tegenwoordig Holland Opera) de voorstelling Broers op muziek van Prokofiev. Buiten Nederland was Van der Werf actief bij de freie Szene in Münster (Ende Sämtlicher Streckenverbote en in 2012 de nieuwe productie Hotel Uropa) en bij Theater Grüne Sosse te Frankfurt (in 2011 de zeer positief ontvangen productie Himmel und Meer en in 2012 Die Tochter des Ganovenkönigs). In 2014 maakt hij bij het Nationaltheater Mannheim de moderne jeugd-opera Der Unsichtbare Vater.

Voor het seizoen In 2018 wordt naast de Werther van Opera Zuid bij BarokOpera een nieuwe versie van King Arthur verwacht, een openlucht-enscenering van Amahl and the Nightvisitors en een geënsceneerde Messiah.